home  :: Home/Artikels/Wetenschap en geschiedenis/Koloniaal kunstonderwijs in India

Koloniaal kunstonderwijs in India

Pagina 1 van 16
 1 |2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16| volgende»
door: JorisO 
(1850-1890)

"Nobody who has paid any attention to the particular features of our present era, will doubt for a moment that we are living in a period of most wonderful transition, which tends rapidly to the accomplishment of that great end, to which indeed all history points, viz. , the realization of the Unity of Mankind.

Not a Unity which breaks down the limits, and levels the particular characteristics of the different nations of the earth, but rather a Unity, the result and product of those very national varieties and antagonistic qualities.

The distances which separated the different nations and parts of the globe, are gradually vanishing before the achievements of modern invention, whilst thought is communicated with the rapidity of its own creation, and with no less a power than that of lightning. On the other hand the great principle of the division of labour, the moving power of civilization, is being extended to all branches of Science, Industry and Art. Formerly discovery and knowledge were wrapt in secrecy and confined to the few; now, knowledge acquired becomes at once the property of the community at large.

I confidently hope that the impression which the view of this 'vast collection' (alluding to the coming 1851 exhibition) will produce, will be the conviction that the anticipated blessings can only be realized in proportion to the help which we are prepared to render to each other, by ready assistance, peace and love, not only between individuals, but between the nations of the earth."[1]

Aldus sprak prins Albert in 1851, anticiperend op de eerste grote wereldtentoonstelling die datzelfde jaar te London gehouden zou worden.

De prins stelt in dit citaat de verspreiding en democratisering van kennis gelijk aan de vooruitgang van de mensheid. In de 19e eeuwse Britse politiek zou onderwijs voor de 'werkende klassen' geleidelijk geaccepteerd worden als voorwaarde voor nationale welvaart. Ook groeide de belangstelling voor het onderwijzen van de 'minder ontwikkelde' volkeren die binnen de Engelse invloedssfeer gekomen waren. India werd de eerste Britse kolonie waarin door de Engelsen geëxperimenteerd werd met onderwijs gebaseerd op de westerse wetenschappen en literatuur.

De 19e eeuw was ook een periode waarin als gevolg van de toenemende industrialisatie en internationale handel grote veranderingen plaatsvonden in de Engelse kunstnijverheid. De Britse overheid poogde al vroeg in de eeuw meer greep te krijgen op deze ontwikkelingen. Slechts enkele jaren nadat er voor het eerst overheidsfondsen beschikbaar kwamen voor volksonderwijs, werd ook voor het eerst serieus geïnvesteerd in de ontwikkeling van onderwijs gericht op het opleiden van de Engelse ambachtslieden en industrieel vormgevers. In dezelfde tijd werden ook in India de drie eerste Engelse 'kunstnijverheidscholen' opgericht (1850-56).

Het Engelse kunstnijverheidsonderwijs in Brits Indië, eind 19e begin 20e eeuw, moet in z'n koloniale context gezien worden. Dit houdt in dat de ontwikkeling van dit onderwijs sterk gerelateerd was aan de sociale, politieke en economische verhoudingen tussen de Europese en Indiase bevolkingsgroepen in Brits Indië.

In zijn boek Orientalism (1978) beargumenteert Edward Said dat academische kennisvorming over 'oosterse culturen' een essentiele bijdrage leverde aan het kolonialisme. In de twee kunsthistorische studies: 'Art and Nationalism in Colonial India' (1992) van Partha Mitter, en'The making of a New Indian art' (1994) van Tapati Guha Thakurta wordt voornamelijk ingegaan op de relaties tussen kolonialisme, nationalisme en de ontwikkeling van esthetiek in Brits Indië. In de twee laatstgenoemde publicaties wordt uitgebreid ingegaan op de relaties tussen raciale en esthetische hierarchiën in Brits Indië.

In alledrie deze publicaties wordt ingegaan op de rol van beeldvorming in de machtstrijd tussen kolonisator en gekoloniseerde. Een belangrijk probleem dat zich daarbij in alledrie de werken voordoet, is dat de schrijvers ertoe neigen de ideeën van bepaalde beroemde schrijvers, filosofen en ideologen te gebruiken als een verklaring voor de activiteiten van mensen in de kolonie. De ideeën van beroemde intellectuelen worden gebruikt als vervanging voor de persoonlijke ideeën van de mensen die de koloniale realiteit in de praktijk vormgaven.

Voor het vormen van een realistisch beeld is het echter noodzakelijk te onderzoeken op wat voor manier ideeën over de verschillen tussen Indiase en Engelse cultuur invloed konden hebben op het koloniale kunstnijverheidsonderwijs. Het doel moet zijn de connecties tussen beeldvorming en koloniale praktijk zo duidelijk mogelijk aan te tonen. Ten tweede is het hierbij essentieel juist de diversiteit en complexiteit van de opvattingen van mensen die het koloniale kunstnijverheidsonderwijs in de praktijk vormgaven op de voorgrond te brengen.

[1] Prins Albert geciteerd in Goodwyn (1854:1)

Pagina 1 van 16
 1 |2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16| volgende»

Commentaar toevoegen:
Naam:
Link:(niet verplicht)
Commentaar:
<-- code:
  

Pagina's in dit artikel:
pagina 1
Koloniaal kunstonderwijs in India



Gerelateerde Artikels :
Wetenschap:
Koloniaal kunstonderwijs in India

Snel zoeken:



Gemaskerde wreker
45 Euro

Toevallig
passerende
cartoon
:




All content copyleft 2008 Joris Osterhaus - www.hardcode.nl