home  :: Home/Artikels/Wetenschap en geschiedenis/Alternatieve ontwikkeling en de institutionele benadering.

Alternatieve ontwikkeling en de institutionele benadering.

Pagina 1 van 2
 1 |2| volgende»
door: Alberto 

Tijdens de vergaderingen van Bretton Woods in 1944 werd de koers van een nieuwe financiële wereld orde besloten (Hewitt 2000, p.291). Vijf jaar later zou President Truman in een van zijn speeches het begrip onderontwikkelde landen voor het eerst hanteren. Bovendien zou hij het brengen van economische vooruitgang naar onderontwikkelde landen als een plicht van het rijke westen beschouwen (Potter et al. 1997, p.4).

De traditionele definitie van wat ontwikkeling zou moeten zijn en de internationale financiële omgeving waarin het proces van ontwikkeling plaats zou moeten vinden waren dus duidelijk gedefinieerd.

In de loop van dit essay zal ik ten eerste de net genoemde traditionele theorie van ontwikkeling kort toelichten. Ten tweede zal ik trachten een definitie en een overzicht te geven van de alternatieve ontwikkelingsideeën die in de loop der jaren zijn ontstaan als kritiek op de traditionele theorie.

Daarna zal ik stil staan bij de rol die instituties spelen in het proces van ontwikkeling en hoe deze rol kan passen zowel bij het neo-liberale model van ontwikkeling als het alternatieve model. Ten slotte zal ik een kort conclusie trekken waar mijn eigen positionering binnen deze debatten aan bod zal komen.

Van 'top down' naar 'bottom up'

Het klassieke paradigma van ontwikkeling die na de Breton Woods besprekingen en de speech van Truman gevormd werd moet in een historische en politieke context begrepen worden.

In een wereld die net wakker wordt van de gruwelijkheden van de 2de Wereld Oorlog, waar talloze landen nog gekoloniseerd zijn of zich in het midden van onafhankelijkheidsprocessen bevinden en waar een nieuwe bipolair systeem zich aan het vormen is, pleitten de ontwikkelingstheorieën voor een klassieke modernisering geïnspireerd door het kapitalistische model in een poging nieuwe nationale staten buiten het bereik van de Sovjet Unie te houden.

Dit houdt het volgende in: arme landen moeten een homogene moderniseringsproces doormaken waar een overgang van traditioneel en agrarisch naar modern en industrieel plaats moet vinden. Dit moest bewerkstelligd worden door middel van buitenlandse financiële hulp in de vorm van kort en lange termijn leningen en donaties met als doel het Bruto Nationale Product van de landen zien stijgen (Hewitt 2000, p.293).

Deze theorie ging er van een aantal veronderstellingen uit:

• Arme landen zouden volgens westerse modellen zich ontwikkelen. Een opgelegde modernisering van bovenaf was het juiste te volgen model waardoor een ' trickle down effect' bereikt zou worden. Dit houdt in dat als urbane omgevingen eerst gemoderniseerd en geïndustrialiseerd werden, rurale arme gebieden vanzelf zouden volgen.

• Het Bruto Nationale Product is de voornaamste indicator van ontwikkeling

• Het buitenlandse ingrijpen is uit humanitaire overwegingen gelegitimeerd. De instituties die deel namen aan de Breton Woods besprekingen (IBRD, IMF en GATT) hadden het volledige recht om leningen te verschaffen, donaties te doen en beleid te beïnvloeden in de neoliberale richting.

Binnen de sociale wetenschap wordt deze klassieke theorie van modernisering door onder andere de heer Rostow uitgewerkt met zijn vijf stadia van economische groei en ook door de heer W.A. Lewis, wiens overtuiging was dat modernisering in stand gebracht kon worden wanneer industrialisatie van armen landen door buitenlandse kapitaal gefinancierd wordt (Potter et al. 1997, p.52).

De jaren vijftig en zestig lieten zien dat dit model van ontwikkeling niet een honderd procent succesvolle formule was. Economische groei van veel arme landen was te danken and de toevallige aanwezigheid van TNC's en niet aan de eigen nationale capaciteit om te groeien (Hewitt 2000, p.293). Terwijl Aziatische landen een opmerkelijke groei hadden meegemaakt, waren Afrikaanse landen niet eens in staat het tweede ontwikkelingsstadium van Rostow te bereiken. De zogenaamde ' trickle down' gebeurde simpelweg niet.

De eerste kritiek op 'mainstream' ontwikkeling kwam toen voor het eerst tot stand. Dit was de ' dependencia' theorie van onder andere Cardoso en Frank (Potter et al. 1997, p.59). Deze theorie beweerde dat gebrek aan ontwikkeling in arme landen te maken had met de economische structuren die tijdens de koloniale periode waren ontstaan. Deze structuren hadden arme landen in een nadelige periferische positie in de wereldmarkt geplaatst en dit was een belemmering voor ontwikkeling. Deze theorie geeft geen alternatief voor de tekortkomingen van de 'mainstream' ontwikkeling aangeboden, maar voor het eerst wordt deze bekritiseerd en ondermijnd.

In de jaren zeventig heerste een gevoel van ontevredenheid met 'mainstream' ontwikkeling. De behoefte voor een 'anders' ontwikkeling was groot. Dit resulteerde in wat men als alternatieve ontwikkeling kent: een ' people centred' benadering die veel belangen naar voren brengt en niet alleen de modernisering naar een westers model (Nederveen Pieterse, 2001 p.75).

Alternatieve ontwikkeling leverde een scherpe kritiek op bestaande theorieën van ontwikkeling en pleitte voor het voorzien van basische behoeften aan mensen: geschikte eten, onderdank, watervoorziening en sanitaire voorzieningen onder andere. De actoren, de waarden en de methoden van alternatieve ontwikkeling zijn anders dan bij 'mainstream' ontwikkeling (Nederveen Pieterse 2001, p.75).

'Civil Society' wordt de voornaamste drager van ontwikkeling. NGO's, locale gemeenschappen, ' grass roots' organisaties en sociale bewegingen definiëren wat de te bereiken doelen zijn. Traditionele actoren zoals de staat moeten hun rol veranderen en het vermogen van andere actoren om sociale en economische veranderingen tot stand te brengen faciliteren. Dit betekent dat democratisering ook moet gebeuren (Nederveen Pieterse 2001, p.83).

Modernisering naar westerse modellen is niet het voornaamste doel. Andere waarden die vrijwel genegeerd werden bij traditionele modernisering staan bij alternatieve ontwikkeling centraal. Hierbij zijn sociale ontwikkeling, gelijkheid, duurzaamheid, 'gender' relaties, milieu problemen en culturele ontwikkeling, onder andere, van ontzettend veel belang. Dit impliceert een heterogeniteit die niet aanwezig was bij 'mainstream' ontwikkeling. Waarden en doelen zijn niet stabiel en homogeen maar wisselend en aanpasbaar aan wat specifieke situaties vereisen.

Gezien dat tot nu toe 'mainstream' strategieën geen ontwikkeling hebben gebracht, gebruikt alternatieve ontwikkeling andere methoden. ' Human agency' en ' empowerment' worden als wenselijke strategieën beschouwd, waardoor mensen actieve spellers worden in hun eigen ontwikkeling en de ontwikkeling van hun nabije omgeving (Potter et al . 1997, p.178). Locale ontwikkeling liever dan nationale ontwikkeling is een na te streven doel. Locale en 'indigenous' kennis zijn effectieve wapens om problemen te oplossen.

Alternatieve ontwikkeling is dus een reactie op de tekortkomingen van de traditionele moderniseringstheorie waar een ' bottom up' benadering de traditionele ' top down' vervangt. Het is ontwikkeling vanuit de mensen, met de mensen en voor de mensen.

Terwijl 'mainstream' ontwikkeling een steeds meer neoliberale agenda heeft gehanteerd in de loop van de jaren tachtig en negentig, hebben alternatieve praktijken en mondiale alternatief geprobeerd aan te bieden aan de toenemende armoede en toenemende bezuinigingen in de al gebrekkige sociale diensten die mede door deze agenda veroorzaakt zijn. Het resultaat is dat alternatieve ontwikkeling internationale en wetenschappelijke belang heeft gekregen waardoor zijn plaats binnen grote forums van debat zoals de Verenigde Naties verzekerd is.

Pagina 1 van 2
 1 |2| volgende»

Commentaar toevoegen:
Naam:
Link:(niet verplicht)
Commentaar:
<-- code:
  

Pagina's in dit artikel:
pagina 1
Alternatieve ontwikkeling en de institutionele benadering.



Gerelateerde Artikels :
Wetenschap:
Alternatieve ontwikkeling en de institutionele benadering.

Snel zoeken:



Het dansende skelet
40 Euro

Toevallig
passerende
cartoon
:




All content copyleft 2008 Joris Osterhaus - www.hardcode.nl